Casanova

Een man van dertig, ongebonden en met een vrij beroep, wordt doorverwezen door een seksuoloog vanwege 'Casanova-gedrag'. Zelf gebruikt hij de termen Casanova en seksverslaving als geuzennamen. Hij is trots op zijn uiterlijk, hij ziet er goed uit, laat het geld graag rollen en zijn werk stelt hem daartoe in staat. Hij gaat vaak uit, ontmoet aantrekklijke singles en maakt makkelijk contact. Hij kan goed flirten en lijkt een goed ontwikkelde antenne te hebben voor vrouwen die te versieren zijn. Hij is er van het eerste begin duidelijk over dat hij uit is op spannende seks. Hij maakt veel werk van de seks: kaarsen, wijn, muziek, uitkleed- en verkleedspelletjes, veel complimentjes en acrobatische, actieve seks met veel standjes. Met dames die daarvoor in zijn doet hij SM-spelletjes. Hij is altijd de regisseur en verwent zijn partners met aandacht en zorg. Zelf geniet hij vooral van het versieren - de seks zelf is voor hem bij uitstek een esthetisch genoegen: hij arrangeert lijven, kijkt, meer als een abstracte cameraman dan als een lijf dat zelf ook nog wat voelt. Soms heeft hij letterlijk het gevoel boven het bed te zweven. Hij vindt het leuk om zijn partners met al zijn zorg en concentratie uit te putten, door urenlang door te gaan. Hij wil 'een onuitwisbare herinnering achterlaten'.

Of er na een eerste keer vrijen een vervolg komt, hangt wat hem betreft af van de vraag of hij nog seksuele fascinatie voelt. Zolang een vrouw iets geheimzinnigs heeft, hij het gevoel heeft dat ze zich nog niet helemaal gegeven heeft of zich duidelijk tot hem aangetrokken voelt, blijft hij afspraken maken. Die regisseert hij volledig. Als zij te claimend wordt, emotioneel-eisend wordt of zelf een inbreng in de seks wil hebben, haakt de man af en vertrekt. Hij doet dat abrupt en (vindt hij zelf ook) op een kwetsende manier. Vervolgens gaat hij de dame in kwestie idealiseren, hij gaat op een ambivalente manier contact zoeken, voert langdurige telefoongesprekken en geniet van de liefdes- of haatbrieven die ze hem sturen. Als het tot een soort relatie komt, boeit het hem seksueel nauwelijks en kan hij zich emotioneel niet geven. De langste periode dat hij monogaam is geweest beslaat zes weken, zijn langste relatie drie maanden. Hij masturbeert niet en fantaseert nauwelijks.

Het 'probleem' wordt in eerste instantie verwoord door zijn omgeving. Hij krijgt een slechte naam in zijn losse sociale netwerk, hij merkt dat de vrouwen elkaar waarschuwen voor hem. Vrienden luisteren niet alleen meer afgunstig naar zijn verhalen, maar geven ook kritiek. Hij ziet om zich heen meer relaties ontstaan en ontdekt meer en meer een patroon in de afwijzingen. Zijn oude beeld dat hij degene is die kiest en afwijst, wordt langzaamaan vervangen door het besef dat hij zelf afgewezen wordt. Wat hij nadrukkelijk niet als probleem ervaart, is zijn magere emotionele beleving bij het vrijen. Intimiteit en emotioneel of fysiek voelen zijn abstracties voor hem. Buiten termen als 'saai' of 'geil' kan hij eigenlijk niet aangeven wat hij aan seks beleeft.

Het gaat bij deze man om tamelijk klassiek Casanova of Don Juan gedrag. Tot gewone empathie en betrokkenheid is hij nauwelijks in staat (jegens anderen, maar ook niet jegens zichzelf). De heftige seksuele spanning geeft hem een vitaal gevoel, maar hij is niet in staat daar vervolgens in een intieme relatie vorm aan te geven - die taal spreekt hij eenvoudig niet.

terug