dagdromen

Een vrouw, midden dertig, heeft vijf jaar een monogame relatie, waarvan drie jaar gehuwd. Ze heeft altijd fulltime gewerkt. Een eerste zwangerschap, in het jaar van haar trouwen, eindigt in een miskraam. Ze wordt opnieuw zwanger. Met het oog op complicaties en omdat ze deze zwangerschap alle kans wil geven is ze gestopt met werken en is ze hele dagen thuis zonder veel werkzaamheden of sociale bezigheden.

Met haar man heeft ze een plezierig, niet bijzonder intensief seksleven. Haar man is in bed voorzichtig en respectvol. Ze vertelt tot voor kort nauwelijks een fantasieleven te hebben gehad, en aan zelfbevrediging deed ze misschien drie maal per jaar. Sinds ze thuis is en de structuur van werk en activiteit kwijt is, nemen seksuele fantasieën in frequentie en intensiteit toe. Ze gaan vooral over haar vorige partner, een man die ze beschrijft als onbetrouwbaar en grof. De seks was grensverleggend en op het gewelddadige af - hij deed waar hij zin in had. Destijds bracht hij haar voornamelijk in verwarring; ze vond de seks spannend maar ook vreemd en soms echt vervelend. Haar huidige echtgenoot is om die reden mede uitgekozen op zijn degelijkheid en voorspelbaarheid.

Het fantaseren en dagdromen neemt uren in beslag. Ze masturbeert frequent en pijnigt zichzelf om opgewonden te kunnen raken. Ze heeft het gevoel dat ze afstompt; zachte seks en intimiteit roepen irritatie op. Het fantaseren geeft haar dezelfde mix van fascinatie en afkeer. Ze voelt zich schuldig jegens haar partner en baby, maar ze kan niet stoppen met het gedrag en kan met niemand praten over wat er gebeurt. De echtgenoot schrikt hevig wanneer ze een tip van de sluier oplicht en stimuleert haar hulp te zoeken. Hij wil niets weten en niets met de behandeling te maken hebben: het is háár probleem.

In de gesprekken  ligt de nadruk niet op het verminderen of beheersen van het seksuele gedrag, maar wel op de vraag wat ze met deze twee verschillende mannen beleeft en beleefd heeft. De eerste partner wordt geidealiseerd. Ze schrikt van de agressieve gedachten en twijfels die naar boven komen aangaande de huidige partner. De vraag hoe ze haar partner nu beoordeelt en de vraag of en hoe ze verder wil met de relatie, komen centraal te staan. Naarmate ze zich meer met de werkelijke vraagstelling en keuzes bezighoudt, en oplossingen zoekt voor de onvrede over haar man en haar lege dagindeling, neemt de frequentie van de escapistische soloseks af. 

terug