behandeling begint met diagnostiek

Het belang van een goede diagnostiek kan niet snel overschat worden, met name bij een diffuus probleemgebied zoals seksverslaving. Het gaat niet alleen om het in kaart te brengen hoe vaak men wat doet en met wie, maar vooral om het helder maken van de functie en de betekenis van het gedrag voor de persoon. Seksverslaving ziet er van buitenaf soms onlogisch en onbegrijpelijk uit, maar voor betrokkene zelf is er altijd een logica en een betekenis, ook al is die in eerste instantie niet aanwijsbaar - men doet het nooit voor niets, en meestal ook niet voor de (seksuele) lol.

Goede diagnostiek kost tijd (maar is vaak ook heel boeiend, voor beide partijen) en soms is een second opinion of een medicatie-advies van bijvoorbeeld een psychiater wenselijk.

Hulpvraag (en valkuil)

De meeste mensen die zich aanmelden voor hulp, willen in eerste instantie van het probleemgedrag af. Ze hebben zelf, maar vergeefs al dingen ondernomen om hun gedrag onder controle te krijgen, en ze vragen de therapeut nu om meer discipline en steun. In de meeste gevallen is er ook druk uit de omgeving (partner, collega's, kinderen, kerk, politie) om te veranderen, waarmee bedoeld wordt: z.s.m. stoppen met het seksuele verslavingsgedrag.

De grote valkuil voor de behandelaar is om in te gaan op dit appèl en de patiĆ«nt te gaan steunen in de strijd tegen de symptomen. Het lastige is dat dit in het begin vaak juist heel goed werkt - met de behandelaar als stok achter de deur lukt het om het ongewenste gedrag te beheersen. Therapeutische voortgang wordt dan gedefinieerd als het wegblijven van het bewuste seksgedrag, terugval is in die optiek zorgelijk en herhalende terugval zorgt voor demotivatie en uiteindelijk twijfel aan de behandelaar of behandeling.

De vraag is of het therapeutisch niet beter is om weg blijven uit die strijd tegen symptomen. Omdat het niet werkt, omdat het de therapie focust op de verkeerde thema's, en omdat betrokkene er netto weinig mee opschiet wanneer hij of zij heel veel energie moet blijven besteden aan het vermijden van gedrag dat door zijn aard voortdurend aan de persoon trekt. Er zijn uitzonderingen: strafbaar seksueel gedrag (exhibitionisme, seks met geweld), seks met kinderen of voortzetting van het gedrag wanneer baan, huwelijk of andere belangrijke zaken acuut op het spel staan, verdienen het om met kracht verboden te worden. In die gevallen kan de therapeut tijdelijk als strenge stok achter de deur fungeren.

'Seksverslaafden' zijn zich over het algemeen heel goed bewust van de nadelen van hun gedragspatroon. Ze herkennen de signalen en de vicieuze cirkel (spanning, ontlading, schaamte), en weten dat hun pogingen tot controle vaak vergeefs zijn. Soms lukt het een tijd om uit het patroon te blijven, op basis van zelfbeheersing of met hulp van een ander, een nieuwe partner bijvoorbeeld. Als het weer slechter met hen gaat, wordt de oude aandrang weer groter en gaat men een keer voor de bijl. Net als bij mensen die afvallen of stoppen met roken (na die eerste sigaret of Mars maakt de tweede ook niet meer uit) keert het patroon in volle hevigheid terug. Dat is ook niet gek, aangezien het meestal om een oud verlangen gaat en om gedrag dat men jarenlang heeft vertoond. Een terugval is derhalve niet verrassend maar leidt wel vaak tot wanhoop of neerslachtigheid. Een strijd tegen de symptomen heeft alleen zin wanneer er sprake is van alternatieven.

Slecht zelfbeeld

Een strijd tegen symptomen, maar symptomen waarvan? Voor veel seksverslaafden en misschien wel voor allemaal, dient de verslaving uiteindelijk als vulling en compensatie van een innerlijke leegte. De aard daarvan varieert, van verveling over de vaste (seksuele) relatie, onzekerheid, een onvermogen tot voelen en empathie, maar ook om de late effecten van verwaarlozing of trauma. Soms bestaat de seksverslaving uit bijna letterlijk herhalingsgedrag van wat men eerder zelf heeft ondervonden. Het zelfbeeld van mensen die emotioneel toch al niet zo stevig geworteld zijn wordt vanzelfsprekend niet beter wanneer ze met een verslaving kampen.

Kenmerken van de behandeling

Behandelingen verschillen in duur, aanpak en intensiteit. Min of meer vaste elementen zijn:

Inzicht: het samen zoeken naar de betekenis, de functie en het ontstaan van het verslaafde gedrag. Dat is geen eenmalig iets maar een terugkerend gespreksonderwerp. In de loop van de tijd leert men de patronen steeds beter doorgronden en herkennen. Het is belangrijk om het beeld dat de persoon van zichzelf en de klachten heeft te dedramatiseren: in het begin van de therapie is het zelfgevoel vaak heel laag. Alles draait om de kwaal en alles wat misgaat wordt aan de seksverslaving geweten. Het kan nooit kwaad dit beeld van zijn overgewicht te ontdoen, zaken te relativeren en in een breder perspectief te plaatsen, onder het motto: de situatie is hopeloos, maar niet ernstig. 

Monitoring: Het is instructief om het seksuele gedrag af en toe te inventariseren, bijvoorbeeld met een dagboekje. het is niet uitzonderlijk dat men dan ontdekt 10 of 12 uur per dag met seks bezig te zijn. Gaande de therapie kan een inventarisatie inzicht geven in de voortgang.

Alternatieven zoeken: de vraag waarom men 12 uur per dag met seks bezig is, is in het begin interessant, maar verschuift al snel naar de vraag waarom men in die tijd niets beters te doen heeft Veel seksverslaafd gedrag is eerder zinloos dan slecht. Een belangrijk, vaak het belangrijkste deel van de therapie is het zoeken, bedenken, oefenen en evalueren van alternatief gedrag. Het gaat erom taken en taakjes te zoeken die het zelfgevoel versterken, die plezier en bevrediging geven. In het begin gaat het vaak om huishoudelijke taken, een bureau opruimen enzovoort, maar de volhouder merkt dat hij/zij al snel aan lastiger klussen toe is.

Mindfulness, aandacht. Waarom helpt een bureau opruimen tegen seksverslaving? Een verslaafde is er per definitie aan gewend geraakt dat gedrag met negatieve consequenties wordt voortgezet. Een 'gezond' persoon staakt of verandert dat gedrag - bij een verslaafde is er iets met die feedback-loop aan de hand. Door mensen te laten oefenen met bewust geplande, kleine, (niet-seksuele!) taakjes, leren ze dat gedrag met plezierige consequenties maakbaar en planbaar is. In de kern gaat het om het herkrijgen van het gevoel van controle. Het is een actieve en concrete benadering, die snel resultaat geeft (maar lastig is vol te houden). Het is belangrijk om een nieuwe vorm van aandachtigheid op te brengen, door het Hier en Nu beter waar te nemen. Verslaafden zijn er bij uitstek goed in om de gevoelens en gedachten van het moment te negeren - de neiging door te gaan ook al voelt iets niet goed, of weet men dat er negatieve consequenties volgen, is nu net een wezenskenmerk van verslaving. De rol van de behandelaar is om de ander steeds te stimuleren om nieuwe taken op te blijven pakken en zo te leren dat een tevreden gevoel maakbaar is. De aanpak activeert en geeft mensen een alternatief voor het blijven steken in leegte en zinloze repetitie. Langzaamaan leert men dit principe ook toe te passen op de seksuele gedachten en gedragingen. Ook dan is het interessanter om de aandacht te richten op plezierige, nieuwe vormen dan op het afleren. De theorie voorspelt, en de praktijk bewijst veelal: iets doen wat lukt versterkt het zelfbeeld, en een sterker zelfbeeld verkleint de behoefte aan zinloos gedrag.

Abstinentie: Aanhangers van het verslavingsmodel en de SA-benadering (Sexaholics Anonymous) adviseren abstinentie, het liefst geheel afzien van seksueel gedrag, inclusief masturbatie, vrijen met de partner en fantasie. Ik gebruik dit middel in het geheel niet - het werkt niet, richt de energie verkeerd en zal een behandeling eerder verlengen dan verkorten. Abstinentie-aanhangers gaan uit van de verkeerde veronderstelling dat een seksverslaving in essentie om seks draait.

Omgang met terugval: het is aan de persoon zelf of hij 'terug wil vallen' of niet. De behandelaar beschouwt terugval als een gegeven, raakt er niet van van slag en beziet schuldig geklaag over terugval neutraal. Het optreden van symptoomgedrag is geen maat voor de voortgang van de behandeling - wat wel belangrijk is, is of er sprake is van verbeterend inzicht, en of de persoon actief bezig blijft met het zoeken van alternatief, ego-versterkend gedrag. Als het met die twee goed zit, blijkt keer op keer dat men een terugval steeds sneller achter zich kan laten. Het gaat dus niet om het afleren van dierbaar gedrag, de aandacht ligt op het aanleren van nieuw, effectiever gedrag. Dit maakt de aanpak ook constructief en vooral belonend in plaats van bestraffend.

Bij mensen die dwangmatig bezig zijn om niet terug te vallen, kan het voorschrijven van symptoomgedrag nuttig zijn. De internetverslaafde die tien uur per week seksplaatjes kijkt, moet twee weken lang tien uur per week internetten, maar wel op vastgestelde uren. Hij kijkt dan niet stiekem, niet voortkomend uit een verslaving, maar als het ware op doktersvoorschrift, en dat opent vaak de weg naar een frisse kijk op het gedrag.

Het betrekken van de partner: Desgewenst is de partner aanwezig bij een deel van de gesprekken. Herwinnen van beschadigd vertrouwen is vaak een belangrijk thema, evenals het opnieuw vormgeven aan de seksuele relatie. Regelmatig overleeft de relatie de ontrouw of het dubbelleven niet. 

Medicatie: soms is het wenselijk om de behandeling te ondersteunen met antidepressiva of anti-angstmiddelen, in overleg met huisarts of psychiater. Een aantal milde antidepressiva heeft als positieve werking dat de stemming en het zelfgevoel verbeteren, en als nuttige bijwerking dat de seksuele aandrang en onrust minder sterk worden. Dit laatste effect is tijdelijk, maar geeft vaak veel ruimte en innerlijke rust.

Duur: een geslaagde behandeling duurde jarenlang tussen de tien en dertig zittingen, met een contactfrequentie van een of twee gesprekken in de maand. Tegenwoordig is de behandeling, na ruim 700 patienten, zo tot de kern teruggebracht dat zowel de gespreksfrequentie als het totaal aantal benodigde afspraken daalt. De in 2010 gestarte behandelingen waren gemiddeld in vijf a zes gesprekken afgerond, tot tevredenheid van beide partijen. De meest werkzame gespreksfrequentie ligt op eens per maand, met langere tussenpozen zodra dat mogelijk is.

Meer over seksverslaving en relatie

naar boven

 

inhoud